Groot Blokzijls Piratenkoor
Biografie
De geschiedenis van het Overijsselse stadje Blokzijl is nauw verweven met die van de watergeuzen, zeerovers, boekaniers en vrijbuiters. Het begon allemaal tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568- 1648) toen Prins Maurits van de ‘turftol’Blokzijl een vestigingstad maakte in zijn strijd tegen de Spanjaarden. Ook na deze oorlog vestigden zich zeelieden in deze forteresse. Naast de koopvaart over alle wereldzeëen was er altijd wel een ‘vijand’ die beroofd of gekaapt mocht worden. Aan boord zong men de shanties (ritmische werkliederen) en aan wal ook de al dan niet romantische ‘forebitters’ (vertellende songs). Vandaag is het ‘Het Groot Blokzijls Piratenkoor’, dat de oude tradities voortzet. Niet zozeer dagelijks met het kapen, maar wel met gezang.
Mogen wij ons even voorstellen?
Het ‘Groot Blokzijls Piratenkoor’ is opgericht in september 1987 en bestaat uit ongeveer 30 manschappen (mede goed voor 24 pils, 5 jonge jenever en 1 baileys). Hoewel de mannen nooit op stemmen geselecteerd zijn, maken zij buitengewoon veel hard maar mooi geluid. Het genre omvat uiteraard zeemans- en vissersliederen, maar het liefst zingen de rauwe zeebonken hun shanties: werkliederen aan de kaapstander en het gangspil, bij het nieuwen der ankers of het hijsen der zeilen. Of men zingt weemoedige forebitters. Thuis met heimwee naar de zee en in den vreemde met verlangen naar het liefje thuis. Dit met begeleiding van accordeons(s), bas, trommen en ander geluidsmateriaal. Het koor beschikt, waar nodig, over een eigen professionele geluidsinstallatie. Uiteraard verschijnt het koor in passende uitmonstering en beschikt het over een aantal excellente solisten, musici en een ‘scheepsspreekmeester’ die de liederen o ludieke wijze aan elkaar praat.
Het koor laat zich ‘ronselen’ door wie maar naar hen luisteren wil. Het liefst in het kader van een maritiem gebeuren. Dat buiten de grenzen van ons vestingstadje, aan de dijk en op de bodem van de Zuiderzee soms soortgelijke geluiden gehoord worden, deert ons nauwelijks. Het zijn immers de Piraten van Blokzijl, afstammelingen van watergeuzen, boekaniers, vrijbuiters en de geëmigreerde mattenschippers, die dit liederen-genre opnieuw de wind in de zeilen liet voelen. Prins Maurits en Willem II, die aan de kapers van Blokzijl verschillende rechten verleenden, zouden trots zijn op hun huidige ‘strijdkrachten’.